(Weer) Helemaal actueel!

De herziening van de woningwet maakt het voor bewoners mogelijk een wooncoöperatie te vormen. Woningcorporaties worden verplicht om daar aan mee te werken. Wat betekent dat voor huurders en de woningcorporatie?

Van zelfbeheer tot eigendom
De vraag naar vormen van meer verantwoordelijkheid en zeggenschap in het beheer van woningen is een trend die past in een tijd van burgerinitiatieven en zelfredzaamheid.

Handreiking wooncooperaties voorblad

De wooncoöperatie is één antwoord; in de praktijk kunnen andere antwoorden geschikter of haalbaarder zijn voor bewoners en woningcorporatie.

Wij hebben meer dan 25 jaar ervaring met het begeleiden van zelfbeheerprojecten. Wij leveren experts aan Platform31 voor het Programma Wooncoöperaties en wij zijn betrokken bij meerdere initiatieven om wooncoöperaties op te zetten.

Wij begeleiden:
1. Bewoners die een wooncoöperatie willen vormen
2. Woningcorporaties die geconfronteerd worden met de vraag van huurders die een wooncoöperatie willen.

ContactNieuwsWettelijk kaderProjectenProducten/diensten

juni 2015
In opdracht van Platform31 is Vannimwegen gestart met een onderzoek naar de financiering van Wooncoöperaties.

De basis voor de wooncoöperatie wordt gelegd in artikel 18a van de (herziene) Woningwet.

HOOFDSTUK IIIA. Wooncoöperaties
Artikel 18a
1. Een wooncoöperatie is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt om haar leden in staat te stellen zelfstandig te voorzien in het beheer en onderhoud van de door hen bewoonde woongelegenheden en de direct daaraan grenzende omgeving. Indien die woongelegenheden zijn gesplitst in appartementsrechten in de zin van artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, betreft dat beheer en onderhoud uitsluitend die gedeelten van die woongelegenheden, welke zijn bestemd om door de leden van de wooncoöperatie als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, onverminderd een regeling als bedoeld in artikel 112 lid 4 van dat boek.
2. Eigenaren of huurders van ten minste vijf in elkaars nabijheid gelegen woongelegenheden die financieel, administratief, bouwtechnisch, stedenbouwkundig of anderszins een eenheid vormen, kunnen een wooncoöperatie oprichten.
3. Een wooncoöperatie treft een regeling voor de behandeling van klachten en geschillen.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent wooncoöperaties.

In het BTIV 2015 wordt nadere invulling gegeven aan hetgeen in de Woningwet is vastgelegd ten aanzien van de wooncoöperatie.

Hoofdstuk II. Wooncoöperaties

Artikel 2
1. Op het tijdstip van de oprichting van een wooncoöperatie bestaat de meerderheid van haar leden uit personen met een huishoudinkomen dat niet hoger is dan de inkomensgrens, genoemd in artikel 16, eerste lid, onderdeel b.
2. De wooncoöperatie heeft bij haar oprichting een coöperatieplan, waarover met toegelaten instellingen overleg is gevoerd. Het coöperatieplan bevat in elk geval een regeling omtrent de wijze waarop de wooncoöperatie bijdraagt aan het onderhoud en het beheer van de woongelegenheden die door haar leden worden bewoond, en, indien de wooncoöperatie zich ten doel stelt aan dat onderhoud en beheer bij te dragen nadat haar leden de door hen bewoonde woongelegenheden in eigendom hebben verworven, een regeling omtrent het na haar oprichting door toegelaten instellingen aan hen vervreemden van die woongelegen-heden.
3. De betrokken toegelaten instelling stelt voor het opstellen van het coöperatieplan eenmalig financiële middelen, ter hoogte van een door haar te bepalen bedrag van ten minste € 5.000, ter beschikking op verzoek van degenen die ten overstaan van haar aannemelijk hebben gemaakt dat zij de leden van de wooncoöperatie zullen zijn, onder vermelding van de door hen bewoonde woongelegenheden. Indien meerdere toegelaten instellingen woongelegenheden in eigendom hebben die worden bewoond door personen die lid van de wooncoöperatie zullen zijn, wordt dat verzoek op hetzelfde tijdstip bij die toegelaten instellingen ingediend en stelt elk van die toegelaten instellingen een deel van de in de eerste volzin bedoelde financiële middelen ter beschikking naar rato van het aandeel van haar zodanige woongelegenheden in het totaal van die zodanige woongelegenheden, in welk geval die toegelaten instellingen het bedrag van die financiële middelen gezamenlijk bepalen op ten minste € 5.000.
4. De betrokken toegelaten instelling doet verzoeken als bedoeld in het derde lid, eerste volzin, aan Onze Minister toekomen. Zij willigt elk verzoek van degenen, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, in om met hen overleg over het coöperatieplan te voeren. In het geval, bedoeld in de tweede volzin van het derde lid, is de verplichting, bedoeld in de tweede volzin van dit lid, uitsluitend van toepassing op een zodanig verzoek aan de betrokken toegelaten instellingen gezamenlijk.

Artikel 3
De toegelaten instelling die een woongelegenheid aan een lid van de wooncoöperatie vervreemdt, reserveert voor dat lid of de wooncoöperatie een bedrag ter hoogte van de door die toegelaten instelling voorziene uitgaven aan onderhoud aan die woongelegenheid in de eerste vijf jaar na die vervreemding.

Artikel 4
Een toegelaten instelling vervreemdt geen woongelegenheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, eerste volzin, gedurende de eenmalige periode die aanvangt op het tijdstip van indiening van het verzoek, bedoeld in die volzin, en eindigt hetzij op het tijdstip van oprichting van de wooncoöperatie, hetzij zes maanden na die indiening ingeval de woonco-öperatie niet binnen die zes maanden is opgericht.

  • Quick-scan
  • Opzetten businesscase
  • Oprichten en inrichten coöperatie