Alle corporaties naar eenzelfde waarderingsgrondslag

Vanaf 2016 zijn corporaties verplicht om hun vastgoed tegen marktwaarde te verantwoorden in hun jaarrekening. De overstap van een waardering die is gebaseerd op de historische kostprijs of de bedrijfswaarde naar marktwaarde is een ingrijpend proces.

Door dit proces slim in te steken en reeds in een vroeg stadium de juiste partijen bij het proces te betrekken blijven kosten beheersbaar en wordt het missen van belangrijke deadlines voorkomen.

Handreiking marktwaarde voorblad

Waarde- en rendementssturing
Vannimwegen deed in het verleden veel ervaring op met het invoeren van de marktwaarde en daaraan te relateren waarde- en rendementssturing. Al bijna 15 jaar is dit thema actueel in relatie tot benchmarking en de laatste jaren ook naar aanleiding van gewijzigde accountantsrichtlijnen voor de externe verslaglegging.

ContactNieuwsWettelijk kaderProjectenProducten/diensten

In artikel 35 lid 2 van de (herziene) Woningwet wordt voorgeschreven dat corporaties hun onroerende zaken tegen actuele waarde dienen te waarderen, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur daaromtrent te geven nadere voorschriften.

Artikel 35
1. Het bestuur stelt jaarlijks een jaarrekening op, waarop van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek uitsluitend de afdelingen 2 tot en met 6, 8, 10, 11, 13 en 16 van overeenkomstige toepassing zijn, met uitzondering van de bepalingen van die afdelingen die gezien hun inhoud niet op verenigingen of stichtingen van toepassing kunnen zijn, en van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bepalingen of delen van bepalingen van die afdelingen. Bij die maatregel kan, uitsluitend indien het aanwijzen van een bepaling of deel daarvan als bedoeld in de eerste volzin dat noodzakelijk maakt, worden bepaald dat bepalingen of delen van bepalingen anders worden gelezen.
2. In de jaarrekening waardeert het bestuur, overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur daaromtrent te geven nadere voorschriften, de onroerende zaken en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden tegen de actuele waarde.
3. De jaarrekening wordt vastgesteld binnen zes maanden na afloop van het betrokken boekjaar van de toegelaten instelling. De vaststelling geschiedt in geval van een toegelaten instelling die een stichting is door de raad van toezicht en in geval van een toegelaten instelling die een vereniging is door de algemene vergadering, tenzij de statuten hiertoe de raad van toezicht aanwijzen. Vaststelling van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
4. Artikel 150 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
5. De artikelen 48 lid 3 en 299a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening.

In het BTIV 2015 wordt nadere invulling gegeven aan hetgeen in de Woningwet is vastgelegd ten aanzien van de waardering van het vastgoed.

Artikel 31

1. De waardering, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet, vindt plaats tegen de marktwaarde, en onder gebruikmaking van een bereke-ningssystematiek door middel waarvan de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant worden gemaakt naar het heden.
2. Bij de waardering, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet, wordt onderscheid gemaakt tussen:
a. woongelegenheden, met uitzondering van woongelegenheden als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet;
b. gebouwen als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdelen d en g, van de wet;
c. parkeervoorzieningen en
d. woongelegenheden als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet.
3. Ten behoeve van de waardering wordt, behoudens in bij ministeriële regeling bepaalde gevallen, een waarde bepaald voor zowel het geval dat de toegelaten instelling de onroerende zaak gedurende een bij ministeriële regeling bepaald tijdvak blijft verhuren, als het geval dat de toegelaten instelling die zaak na het in dat tijdvak eindigen van een overeen-komst van huur en verhuur zal vervreemden. De marktwaarde is de hoogste van die waarden.
4. Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven omtrent de toepassing van dit artikel, welke voorschriften kunnen afwijken van het eerste, tweede en derde lid of voor bij die regeling te bepalen categorieën van toegelaten instellingen verschillend kunnen worden vastgesteld, een en ander met het oog op het bewerkstelligen van een goede verhouding tussen de lasten voor toegelaten instellingen om te komen tot de waardering, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet, en een goede uitvoering van het toezicht.

In de Ministeriële Regeling (Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015) is in bijlage 2 bij Artikel 14 het handboek waarderen marktwaarde opgenomen waarmee invulling wordt gegeven aan Artikel 31 lid 4 uit het BTIV.

  • Implementatie marktwaarde Velison Wonen – IJmuiden
  • Quick-scan/Opstellen plan van aanpak
  • Procesbegeleiding implementatie marktwaarde